Zebradekking

Zebradekking

“Het lichaam is er, maar het is nog niet klaar om er echt te zijn.” (Elke Uyttenhove)

Illustratie – Elke Uyttenhove / ‘Zebradekking’

Het lichaam. Elke kunstenaar is er wel mee bezig. Het is één van de grootste en belangrijkste thema’s uit de kunstgeschiedenis. In de kunst is het lichaam nooit zomaar een lichaam: het toont idealen, emoties, identiteit, kwetsbaarheid én protest.

Het lichaam is ook het thema van deze opdracht.

Beschouw een lichaam of lichaamsdeel in een gegeven context. Bij voorkeur het eigen lichaam: “Hoe kijk je tegen je lichaam aan in deze huidige samenleving?”.

Ik ben gestart met het bestuderen van de anatomie van een menselijk lichaam (deel 1, deel 2, deel 3), om nadien te experimenteren met contexten (veil, een beetje Schiele, Schielerij). Ik liep tegen een uitdaging aan die me niet beviel, waardoor ik het idee even parkeerde (transparantie en kant: een moeilijk verhaal). Althans: niet het idee, wel de manier van uitvoering van het beeld dat ik wou weergeven.

Concept:

Bedekken: het quasi volledig bedekt zijn, zodat het lichaam niet in zijn pure vorm voor omstaanders weergegeven wordt. Allesbehalve naaktheid (= vrijheid) en het zich willen tonen. Je ziet wel dat het een lichaam is, maar je verstopt de imperfecties, de niet-toonbare-delen, de minder fraaie delen. Het lichaam is er, maar is nog niet klaar om er echt te zijn.

Als ik even vastloop in hetgeen ik wil bereiken, dan keer ik terug naar het getrouwe en comfortabele. Tenslotte gaat het over mezelf. Voor mij zijn dat kleurrijke vectoriele beelden. Je tekent van punt A naar punt B en je vormt vlakken, figuren en vormen. Vervolgens geef je kleur aan het lijnenspel. Ik besliste dus deze stijl te gebruiken voor deze, voor mij althans, complexe conceptuele opdracht.

Kernwoorden gelinkt aan mijn concept: bedekking, comfortabel, momentafhankelijk, verdwijnen of juist inblenden, lichaamsvorm, ik.

Ik gaf het de titel ‘Zebradekking’. Een kleine toelichting:

  • Bedekking: allesbehalve naaktheid (= vrijheid) en het zich willen tonen. Je ziet wel dat het een lichaam is, maar je verstopt de imperfecties, de niet-toonbare-delen, de minder fraaie delen.
  • Comfortabel: bedekt met comfortabele en losse kledij die het laag zelfbeeld toedekt of bedekt als een letterlijk dekentje, met wollen sjalen, truien en mutsen. Of wanneer het eleganter moet; toch kiezen voor het losse broekpak, een chique handtas boven een bontjas of gouden gesp in de chino. Weliswaar allen bedekt.
  • Momentafhankelijk: momenten waarbij je zelfvertrouwen even een boost krijgt en misschien een klein spleetje ‘bloot’ toont versus momenten waarbij het op het laagste pitje staat. Het kantelen van het ene uiterste naar het andere (= zebradenken): zebralaag versus zebrahoog. Bevestigt ook de keuze voor het zebrapatroon.
  • Verdwijnen in de achtergrond: het onzichtbaar willen zijn en worden.
  • Het inblenden in de achtergrond: net toch willen opvallen en ervoor zorgen dat je past binnen ‘het kader’.
  • Lichaamsvorm: hoe graag je alles ook wil verstoppen, het lichaam blijft zichtbaar.
  • Ik: het werk gaat over de confrontatie met mijn eigen lichaam.

Zou ik nog een stapje verder gaan? Dit werk herleiden naar 2 contrasterende mini-portretten uit het gecreëerde beeld? Op die manier zou ik de zebrabedekking nog meer onderstrepen; de beschreven dualiteiten nog meer ‘in de verf’ zetten.

Reacties

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *