Tag: kunstacademie

  • KOESTER!

    KOESTER!

    Vandaag een experiment met de gekende ‘krasletters‘ of ‘wrijfletters‘ die je wel blijkbaar enkel nog hier en daar vindt op rommelmarkten of kleine koopjes, maar die niet of nauwelijks nog verkrijgbaar zijn in winkels. Zonde! Tegenwoordig zijn dat ‘plakletters’ geworden, maar dat geeft, naar mijn mening, toch absoluut niet hetzelfde effect / resultaat.

    In de bovenstaande foto’s zie je drie afzonderlijke typografische zettingen, rond dezelfde inhoud en mogelijks passend bij het idee van het vorige werk ‘Boven de wolken‘. Althans, dat was de bedoeling. Hoe ik de 2 verschillende elementen (beeld en tekst) kan samen brengen, daar ben ik nog niet aan uit. Dat idee moet nog wat rijpen. Ik stelde wel deze 3 voorstudies samen voor in onderstaande compositie.

    • De herinnering / H / S / Koester!
      Dit stukje schreef ik als tekstueel fragment voor een aankomend koesterboek. De tekst is afkomstig van een gesprekje tussen mezelf en de kinderen.
    • HELDER / STERRE (zwarte wrijfletters)
      STERRE / HELDER (witte wrijfletters)
      Twee namen van twee sterrenkindjes vereeuwigd in schrift; met ‘vervaging’. Ze zijn er niet meer; ze zijn ons ontnomen, maar de herinnering blijft. Geen foutje tijdens de zetting van de letters; een bewust keuze om niet alles door te wrijven.

    Wordt vervolgd…

  • Boven de wolken

    Boven de wolken

    Ik werk nog steeds rond dezelfde thematiek: de herinnering. Mijn focus lag eerst op een heel erg mooi monumentum (Toscana deel 1 en deel 2) van afgelopen zomer. Maar, dan verlegde ik mijn focus en liet ik even los. Letterlijk, maar ook figuurlijk.

    ‘Ter nagedachtenis aan Helder en Sterre’ – E.U.

    “Mama, waar is Helder nu?”
    “Op de maan, liefje. Daarboven in de wolken.”
    “En, Sterre dan ook? Zijn ze samen?”
    “Ja, ze hebben elkaar. Kijk maar naar boven, naar de wolken.”
    “Ik denk dat ik ze zie zitten. Ze zwaaien.”
    “We kunnen elke dag kijken, als je wil.”
    “Dag Helder! Dag Sterre! Slaapwel.”

    Al even speelde ik met het idee om een prachtige herinnering aan 2 sterrenkindjes vast te leggen in een koesterboek of in een werk, maar de herinnering is er één waarin vooral ook veel verdriet en een niet-aanvaarden schuilt. Daarom stelde ik het uit; omdat het pijn doet. Maar vooral, omdat ik dit ook gewoon echt niet begrijp. Waarom? Mijn lieve broer en schoonzus verloren Helder en Sterre; beiden bij de geboorte. Hartverscheurend, een ondraaglijk verlies. Het zien van de pijn in hun ogen en tranen, is een pijn die ik niet kan beschrijven.

    Ik weet het nog goed,… het gevoel van een pasgeboren kind in de armen, zonder ademhaling, zonder kloppend hartje, zonder zoekende vinger, zonder snik. Het gevoel Helder in mijn armen te houden, was het grootste verdriet dat ik ooit gevoeld heb. En, dat verdriet draag ik mee en probeer ik een plaats te geven.

    Het werk dat ik nu maakte draait rond de herinnering aan hen. Er gaat geen dag voorbij dat we er niet aan denken. De ene dag donkerder, de andere dag meer roze of lichter. Het verschil in kleurtonen staat symbool voor het verschil in beleving en dualiteit. Er zal altijd een keerzijde zijn; er zal altijd een dubbel gevoel zijn. Maar, het idee dat Helder en Sterre boven de wolken zijn, is voor ons een idee dat zorgt voor een zachtere ‘landing’. Op de begrafenis lieten we ballonnen op. Zie je ze nog in de verte? Ik zie ze nog steeds, daarboven.

    Het was de eerste keer dat ik aan het schilderen ging. Ik gebruikte olieverf op waterbasis van Winsor en Newton. Fan van de eerste minuut.

    “Mama, zijn er ook zoveel mooie kleurtjes boven de wolken?”
    “Wat denk je zelf, Billie?”
    “Ik denk wel dat Sterre van dat roze zal houden.”
    “En, Helder?”
    “Van het paars, mama. Net als jij!”

  • Toscana – Monumentum (deel 2)

    Toscana – Monumentum (deel 2)

    Weet je nog,…

    Het idee om een beeltenis te creëren met verschillende, afzonderlijke elementen waarbij het geheel toch enige samenhang vertoonde. Waarom niet key-elements van foto’s die ik maakte, bundelen tot een tekening die één en al herinnering en momentum vastlegt? 

    Ik borduur verder op dat idee; ik schaafde het een beetje bij. In plaats van 1 geïntegreerd beeld waarin alles in elkaar overvloeit, dacht ik toch aan duidelijke fragmentering. Fragmenten die afgebakend zijn, maar samenkomen tot 1 geheel. Dit accentueer ik met kaders en overlap. De beelden worden bijgestaan door zinnetjes die komen uit de geschreven dagverslagen van mijn reis naar Toscane. Het ondersteunt en refereert naar dé herinnering van het fragment.

    Ik gebruikte dezelfde ondergrond (kraftpapier) en opnieuw markers (slechts 2 kleuren), maar ik nam er ook de oliepastels met vast kleurenpalet en fineliners (0.1 en 0.3) bij.

    Ik ben blij met het concept en resultaat, maar nog niet overtuigd of dit wel het eindpunt is. Misschien ga ik met dit idee aan het verven? Probeer ik nogmaals andere technieken uit? Misschien herleid ik alles wel tot 1 fragment met dé ultieme herinnering? Ik ben er nog niet aan uit.

    Mocht je geïnteresseerd zijn in de reisverslagen van Toscane, dan kan je deze vinden op via Instagram. Je hoeft maar wat naar beneden te scrollen.

  • “Would you be my Valentine?”

    “Would you be my Valentine?”

    De tentoonstelling is net achter de rug en we gaan alweer door. Werken rond een nieuwe opdracht: beeld en woord.

    Het ene kan eigenlijk niet zonder het andere, toch?

    Zie ik een beeld, dan maak ik onmiddellijk associaties, komen er ideeën in mij op. Het inspireert me, het doorleeft me. Ik schrijf indrukken en herinneringen neer. Dat is ook wat ik hier doe; het vastleggen van mijn artistieke zelve via deze website.
    Omgekeerd, althans voor mij, geldt het ook. Bij het horen of lezen van woorden, zie ik beelden. Ik zie alles in beelden en ben grafisch, sterk visueel ingesteld. Ik onthoud in beelden. Hoe schoon kan het bijvoorbeeld zijn om herinneringen op te halen aan de hand van beelden? Ook wanneer we mensen of momenten willen koesteren? Voor mij betekenen deze 2 veel; om niet te zeggen bijna alles.

    De opdracht is zo ruim, dat we alle kanten op kunnen.
    Maar, toch verdeeld in 2 grote groepen:
    – Woord als illustratie;
    – Woord als concept.

    Ik weet nog niet welke kant ik uitga. Ik ga vooral exploreren en ik start met het bekijken van inspiratiebeelden. Waaronder ook het werk van Fred Bervoets, een tekenaar en grafisch kunstenaar. Niet alles aan zijn werk trekt me aan, maar hier en daar vind ik wel een uitwerking die mijn aandacht trekt. Zoals bijvoorbeeld deze 2; maar meer specifiek het linkse werk.

    Wat dit met woord te maken heeft? Ik zag onmiddellijk techniek, kreeg inspiratie om een volgende ets te maken en die nadien te bewerken met oliepastels, ik zag ook vooral een hart en dacht onmiddellijk aan Valentijn. Dit was mijn vertrekpunt. Ik tekende vervolgens een kopie met zwarte fineliner op een A3-formaat en gaf kleur aan het geheel met mijn getrouwe oliepastels. Ik werkte af met een een vlijmscherp grafietpotlood.

    Ik ging nog een stapje verder en gebruikte tekst om mijn idee kracht bij te zetten: “HoNoperDeNopeNo”. Dit zinnetje kwam deels van mijn dochter. Ze gebruikt wel vaker “Noperdenope” om iets of iemand af te wijzen. Dus waarom geen Valentijnsvraag afwijzen?

    Opschrift: “Would you be my Valentine?”
    Afwijzing in woorden: “HoNoperDeNopeNo”
    Afwijzing in beeld: sipheid, hart staat centraal en is gekreukt / gescheurd.
    Context: Valentijnsperiode.

    Het idee om een ets te maken van zulke tekeningen blijft wel. Dus, ik ga op zoek naar meer context en woord. Ik kijk rond en zoals ik zei: het doorleeft me.

  • DKO

    DKO

    Vandaag was het dan zover: de Dag van de Academie. Een vol Leeds programma, geëtaleerd voor alle nieuwsgierigen en (toevallige) passanten.

    Het begon gezellig in het open beeldatelier voor de kleinste kunstenaars. Mijn zoon is 6 en gaat elke zaterdag met veel goesting naar de kunstacademie. Nu konden ook (groot)ouders voor een keer mee aan de werktafel schuiven voor het maken van een SAMEN-werk. De opdracht stond in teken van het thema ‘VONK’. Meester Wim instrueerde; wij voerden met z’n allen uit. Buiten de lijnen schilderen was toegestaan. Hier zie je het resultaat na anderhalf uur werk. Het zal ongetwijfeld een mooi plekje krijgen in onze huis.

    Nadien volgde een expo ‘Teken- en schilderkunst’, waar je niet alleen kon genieten van schone dingen aan de muren, maar ook van straffe saxofonisten. Een extra dimensie; het maakte de beleving veel sterker!

    Het was er VONK op!

    Mijn persoonlijke selectie was de volgende:

    Maandag gaan we opnieuw aan het werk: nieuw werk in het verschiet. Best tevreden over het afgelopen half jaar. Zoveel gezien, zoveel geleerd. Op naar meer.

  • De Dag van de Academie (DKO)

    De Dag van de Academie (DKO)

    Zaterdag 7 februari 2026 viert Vlaanderen de Dag van de Academie. De Kunstacademie trakteert ons op verschillende activiteiten in en rond de Volkskring in Lede, waaronder een blik achter de schermen in de beeldateliers voor kinderen waar je kleine kunstenaars in actie ziet, maar ook een tentoonstelling van volwassenen Schilder- en Tekenkunst waar tegelijk ook een concert Saxofoon wordt gespeeld. 

    Mijn werk deel ik met de wereld via mijn Instagramkanaal, deze website, maar zal ook hier tentoongesteld worden(Rammelstraat 7a, Lede). Een fysieke beleving is altijd dé beste beleving.

    De selectie is reeds gemaakt: 5 werken van september 2025 tot nu zullen opgesteld worden op locatie.

    MEER INFO? www.academielede.be, academie@lede.be of via de evenementenpagina.

  • Mini-Rembrandts

    Mini-Rembrandts

    Ik ken Rembrandt natuurlijk wel al langer; maar nooit bekeek ik zijn werk op dezelfde manier als nu. Er is een fascinatie voor zijn tekeningen en etsen ontstaan. Eén van Europa’s grootste kunstenaars weet me nu te verrassen, nu ik me er een beetje in verdiep. Dankzij de lessen op de kunstacademie leer ik vooral meer beschouwen, laat ik me meer inspireren en leer ik nieuwe technieken.

    Vorige week ging ik aan de slag met de tweede “Oosterse kop” (1635) en maakte ik mijn eerste ets. Vandaag werkte ik met Chinese inkt en een kroontjespen en koos ik voor een mini-formaat in een breed wit kader. Op zich vormde het zeer kleine formaat al voor een uitdaging; gecombineerd met het trachten te ‘kopiëren’ van zijn teken- en arceerwerk zorgde dit voor enkele uren tekenplezier.

    “Oude man, naar beneden kijkend” (1631)
    “De kwakzalver” (1635)

    De centrale zetting in de witte leegte (A4-formaat) is bewust gekozen. Ik wilde het mini-geven extra in de verf zetten en op die manier het contrast vergroten. Bij het eerste mini-portret was het nog wat zoeken; de tweede ging al veel vlotter. Bij deze laatste ben ik vooral ook tevreden van de donker-licht-werking.

    Mensen vragen me vaak hoelang ik dan aan zulke werkjes zit. Aan deze twee samen heb ik zo’n 2,5 uur gewerkt. Ik denk dat ik deze laatste nog wel een keertje zou etsen.

  • De eerste ets

    De eerste ets

    Ondanks mijn grafische opleiding, had ik nog nooit zelf een ets gemaakt. Ik kende het proces theoretisch gezien; maar in de praktijk had ik nog niet geëxperimenteerd met deze grafische techniek.

    Etsen is een diepdruktechniek, waarbij een voorstelling met zuur in een metalen (koper of zink) plaat wordt geëtst. Je tekent met een naald in een laklaag op de plaat, waarna het zuur de blootliggende lijnen wegvreet. Inkt in deze groeven wordt met een etspers op papier overgebracht.

    Ets – Elke Uyttenhove / Naar een beeld van Rembrandt – ‘De tweede Oosterse kop, 1635’

    Ik kreeg afgelopen week een workshop ‘etsen’. In het atelier van de kunstacademie is er basismateriaal voorhanden om deze techniek uit te voeren. Er wordt niet gewerkt met een metalen plaat en een laklaag, maar we gebruiken de binnenzijde van een melkkarton of plexiglas als drager voor het maken van onze voorstelling. De gravering brengen we aan met een etsnaald (= droge naald). Verder gebruiken we specifieke etsinkt op waterbasis om de plaat te inkten en nadien af te slaan met eenvoudig krantenpapier. De papiersoort die gebruikt werd voor telefoonboeken blijkt nog altijd dé beste optie te zijn. Tot slot heb je natuurlijk een drager nodig voor jouw gedrukte ets en een etspers. De drager moet van enige dikte zijn (zeker niet té dun), heeft een korrel en wordt eerst geweekt in een bad water; nadien drooggedept voor het aanbrengen van de afdruk. Zonder drukpers kan je niet het beoogde resultaat verkrijgen.

    Wat ik er zo leuk aan vind?

    • Het doorlopen van het hele proces is spannend: elke lijn dat je graveert moet een juiste zijn, het inkten en het afslaan van de inkt zijn cruciale stappen wil je voorkomen dat er onvolmaaktheden in het eindresultaat te zien zijn (vb. zweem, vlekken, te lichte afdruk,…). Al kunnen sommige onvolmaaktheden net charmant uit de hoek komen. Tot slot uiteraard de spanning bij het doorhalen door de etspers: “Hoe zal de afdruk eruit zien?”.
    • De aanwezig ‘moet‘ vind ik een grote meerwaarde. Het is een afdruk van de plaatrand op het papier. De lijnen voelen vaak licht verheven aan. Dit zorgt voor reliëfvorming.
    • Voor de voorstelling kies je best voor arceerbare beelden. Mijn liefde voor ‘arceertechnieken’ is groot!
    • Je kan maar een beperkte oplage drukken. Dat maakt het ‘specialer’. Het is eindig.
    • Heel wat grote meesters hebben zich deze techniek eigen gemaakt. Prachtig om hun werk te kunnen aanschouwen. Rembrandt is er één van!

    Na dit hele proces een keer doorlopen te hebben; kreeg ik alleen maar zin in meer! Ik ben ook klaar voor meer én beter!

  • Zebradekking

    Zebradekking

    “Het lichaam is er, maar het is nog niet klaar om er echt te zijn.” (Elke Uyttenhove)

    Illustratie – Elke Uyttenhove / ‘Zebradekking’

    Het lichaam. Elke kunstenaar is er wel mee bezig. Het is één van de grootste en belangrijkste thema’s uit de kunstgeschiedenis. In de kunst is het lichaam nooit zomaar een lichaam: het toont idealen, emoties, identiteit, kwetsbaarheid én protest.

    Het lichaam is ook het thema van deze opdracht.

    Beschouw een lichaam of lichaamsdeel in een gegeven context. Bij voorkeur het eigen lichaam: “Hoe kijk je tegen je lichaam aan in deze huidige samenleving?”.

    Ik ben gestart met het bestuderen van de anatomie van een menselijk lichaam (deel 1, deel 2, deel 3), om nadien te experimenteren met contexten (veil, een beetje Schiele, Schielerij). Ik liep tegen een uitdaging aan die me niet beviel, waardoor ik het idee even parkeerde (transparantie en kant: een moeilijk verhaal). Althans: niet het idee, wel de manier van uitvoering van het beeld dat ik wou weergeven.

    Concept:

    Bedekken: het quasi volledig bedekt zijn, zodat het lichaam niet in zijn pure vorm voor omstaanders weergegeven wordt. Allesbehalve naaktheid (= vrijheid) en het zich willen tonen. Je ziet wel dat het een lichaam is, maar je verstopt de imperfecties, de niet-toonbare-delen, de minder fraaie delen. Het lichaam is er, maar is nog niet klaar om er echt te zijn.

    Als ik even vastloop in hetgeen ik wil bereiken, dan keer ik terug naar het getrouwe en comfortabele. Tenslotte gaat het over mezelf. Voor mij zijn dat kleurrijke vectoriele beelden. Je tekent van punt A naar punt B en je vormt vlakken, figuren en vormen. Vervolgens geef je kleur aan het lijnenspel. Ik besliste dus deze stijl te gebruiken voor deze, voor mij althans, complexe conceptuele opdracht.

    Kernwoorden gelinkt aan mijn concept: bedekking, comfortabel, momentafhankelijk, verdwijnen of juist inblenden, lichaamsvorm, ik.

    Ik gaf het de titel ‘Zebradekking’. Een kleine toelichting:

    • Bedekking: allesbehalve naaktheid (= vrijheid) en het zich willen tonen. Je ziet wel dat het een lichaam is, maar je verstopt de imperfecties, de niet-toonbare-delen, de minder fraaie delen.
    • Comfortabel: bedekt met comfortabele en losse kledij die het laag zelfbeeld toedekt of bedekt als een letterlijk dekentje, met wollen sjalen, truien en mutsen. Of wanneer het eleganter moet; toch kiezen voor het losse broekpak, een chique handtas boven een bontjas of gouden gesp in de chino. Weliswaar allen bedekt.
    • Momentafhankelijk: momenten waarbij je zelfvertrouwen even een boost krijgt en misschien een klein spleetje ‘bloot’ toont versus momenten waarbij het op het laagste pitje staat. Het kantelen van het ene uiterste naar het andere (= zebradenken): zebralaag versus zebrahoog. Bevestigt ook de keuze voor het zebrapatroon.
    • Verdwijnen in de achtergrond: het onzichtbaar willen zijn en worden.
    • Het inblenden in de achtergrond: net toch willen opvallen en ervoor zorgen dat je past binnen ‘het kader’.
    • Lichaamsvorm: hoe graag je alles ook wil verstoppen, het lichaam blijft zichtbaar.
    • Ik: het werk gaat over de confrontatie met mijn eigen lichaam.

    Zou ik nog een stapje verder gaan? Dit werk herleiden naar 2 contrasterende mini-portretten uit het gecreëerde beeld? Op die manier zou ik de zebrabedekking nog meer onderstrepen; de beschreven dualiteiten nog meer ‘in de verf’ zetten.

  • Schielerij

    Schielerij

    Zoals gezegd ben ik gaan duiken. Duiken in het werk van Egon Schiele. Ik hou van zijn verwrongen lijnen, de manier van weergave van de mens, zijn gebruik van felle kleuren. Ja, zijn lijnvoering is overdreven en de kleuren gedurfd. Maar, dat is net hetgeen me aantrekt in zijn werk.

    Tussendoor ging ik gaan schieleren. Vanaf nu is dat wel degelijk een werkwoord. En, hier heb je twee snelle resultaten. Kort in tijd, maar toch plezant en mijn dosis kleur en creativiteit voor de dag. Er volgen er misschien wel nog de komende dagen.