Blog

  • De eerste ets

    De eerste ets

    Ondanks mijn grafische opleiding, had ik nog nooit zelf een ets gemaakt. Ik kende het proces theoretisch gezien; maar in de praktijk had ik nog niet geëxperimenteerd met deze grafische techniek.

    Etsen is een diepdruktechniek, waarbij een voorstelling met zuur in een metalen (koper of zink) plaat wordt geëtst. Je tekent met een naald in een laklaag op de plaat, waarna het zuur de blootliggende lijnen wegvreet. Inkt in deze groeven wordt met een etspers op papier overgebracht.

    Ets – Elke Uyttenhove / Naar een beeld van Rembrandt – ‘De tweede Oosterse kop, 1635’

    Ik kreeg afgelopen week een workshop ‘etsen’. In het atelier van de kunstacademie is er basismateriaal voorhanden om deze techniek uit te voeren. Er wordt niet gewerkt met een metalen plaat en een laklaag, maar we gebruiken de binnenzijde van een melkkarton of plexiglas als drager voor het maken van onze voorstelling. De gravering brengen we aan met een etsnaald (= droge naald). Verder gebruiken we specifieke etsinkt op waterbasis om de plaat te inkten en nadien af te slaan met eenvoudig krantenpapier. De papiersoort die gebruikt werd voor telefoonboeken blijkt nog altijd dé beste optie te zijn. Tot slot heb je natuurlijk een drager nodig voor jouw gedrukte ets en een etspers. De drager moet van enige dikte zijn (zeker niet té dun), heeft een korrel en wordt eerst geweekt in een bad water; nadien drooggedept voor het aanbrengen van de afdruk. Zonder drukpers kan je niet het beoogde resultaat verkrijgen.

    Wat ik er zo leuk aan vind?

    • Het doorlopen van het hele proces is spannend: elke lijn dat je graveert moet een juiste zijn, het inkten en het afslaan van de inkt zijn cruciale stappen wil je voorkomen dat er onvolmaaktheden in het eindresultaat te zien zijn (vb. zweem, vlekken, te lichte afdruk,…). Al kunnen sommige onvolmaaktheden net charmant uit de hoek komen. Tot slot uiteraard de spanning bij het doorhalen door de etspers: “Hoe zal de afdruk eruit zien?”.
    • De aanwezig ‘moet‘ vind ik een grote meerwaarde. Het is een afdruk van de plaatrand op het papier. De lijnen voelen vaak licht verheven aan. Dit zorgt voor reliëfvorming.
    • Voor de voorstelling kies je best voor arceerbare beelden. Mijn liefde voor ‘arceertechnieken’ is groot!
    • Je kan maar een beperkte oplage drukken. Dat maakt het ‘specialer’. Het is eindig.
    • Heel wat grote meesters hebben zich deze techniek eigen gemaakt. Prachtig om hun werk te kunnen aanschouwen. Rembrandt is er één van!

    Na dit hele proces een keer doorlopen te hebben; kreeg ik alleen maar zin in meer! Ik ben ook klaar voor meer én beter!

  • Zebradekking

    Zebradekking

    “Het lichaam is er, maar het is nog niet klaar om er echt te zijn.” (Elke Uyttenhove)

    Illustratie – Elke Uyttenhove / ‘Zebradekking’

    Het lichaam. Elke kunstenaar is er wel mee bezig. Het is één van de grootste en belangrijkste thema’s uit de kunstgeschiedenis. In de kunst is het lichaam nooit zomaar een lichaam: het toont idealen, emoties, identiteit, kwetsbaarheid én protest.

    Het lichaam is ook het thema van deze opdracht.

    Beschouw een lichaam of lichaamsdeel in een gegeven context. Bij voorkeur het eigen lichaam: “Hoe kijk je tegen je lichaam aan in deze huidige samenleving?”.

    Ik ben gestart met het bestuderen van de anatomie van een menselijk lichaam (deel 1, deel 2, deel 3), om nadien te experimenteren met contexten (veil, een beetje Schiele, Schielerij). Ik liep tegen een uitdaging aan die me niet beviel, waardoor ik het idee even parkeerde (transparantie en kant: een moeilijk verhaal). Althans: niet het idee, wel de manier van uitvoering van het beeld dat ik wou weergeven.

    Concept:

    Bedekken: het quasi volledig bedekt zijn, zodat het lichaam niet in zijn pure vorm voor omstaanders weergegeven wordt. Allesbehalve naaktheid (= vrijheid) en het zich willen tonen. Je ziet wel dat het een lichaam is, maar je verstopt de imperfecties, de niet-toonbare-delen, de minder fraaie delen. Het lichaam is er, maar is nog niet klaar om er echt te zijn.

    Als ik even vastloop in hetgeen ik wil bereiken, dan keer ik terug naar het getrouwe en comfortabele. Tenslotte gaat het over mezelf. Voor mij zijn dat kleurrijke vectoriele beelden. Je tekent van punt A naar punt B en je vormt vlakken, figuren en vormen. Vervolgens geef je kleur aan het lijnenspel. Ik besliste dus deze stijl te gebruiken voor deze, voor mij althans, complexe conceptuele opdracht.

    Kernwoorden gelinkt aan mijn concept: bedekking, comfortabel, momentafhankelijk, verdwijnen of juist inblenden, lichaamsvorm, ik.

    Ik gaf het de titel ‘Zebradekking’. Een kleine toelichting:

    • Bedekking: allesbehalve naaktheid (= vrijheid) en het zich willen tonen. Je ziet wel dat het een lichaam is, maar je verstopt de imperfecties, de niet-toonbare-delen, de minder fraaie delen.
    • Comfortabel: bedekt met comfortabele en losse kledij die het laag zelfbeeld toedekt of bedekt als een letterlijk dekentje, met wollen sjalen, truien en mutsen. Of wanneer het eleganter moet; toch kiezen voor het losse broekpak, een chique handtas boven een bontjas of gouden gesp in de chino. Weliswaar allen bedekt.
    • Momentafhankelijk: momenten waarbij je zelfvertrouwen even een boost krijgt en misschien een klein spleetje ‘bloot’ toont versus momenten waarbij het op het laagste pitje staat. Het kantelen van het ene uiterste naar het andere (= zebradenken): zebralaag versus zebrahoog. Bevestigt ook de keuze voor het zebrapatroon.
    • Verdwijnen in de achtergrond: het onzichtbaar willen zijn en worden.
    • Het inblenden in de achtergrond: net toch willen opvallen en ervoor zorgen dat je past binnen ‘het kader’.
    • Lichaamsvorm: hoe graag je alles ook wil verstoppen, het lichaam blijft zichtbaar.
    • Ik: het werk gaat over de confrontatie met mijn eigen lichaam.

    Zou ik nog een stapje verder gaan? Dit werk herleiden naar 2 contrasterende mini-portretten uit het gecreëerde beeld? Op die manier zou ik de zebrabedekking nog meer onderstrepen; de beschreven dualiteiten nog meer ‘in de verf’ zetten.

  • Transparantie en kant: een moeilijk verhaal

    Transparantie en kant: een moeilijk verhaal

    “Je leert niet door alles juist te doen, maar door het te blijven proberen.”

    Ik speel al even met een idee; dat momenteel maar niet uitvoerbaar blijkt. Althans, uitvoerbaar door mezelf. Het tekenen van transparantie in combinatie met kant. Ik zie het velen doen en vind het er steeds geweldig uitzien, tot ik zelf iets op papier zet en tegen de uitdagingen aanloop.

    Een fragment uit het totaalbeeld.

    Ik selecteerde enkel een fragment uit mijn gecreëerd totaalbeeld voor dit artikel. Het algehele beeld vind ik – eerlijk – teleurstellend en niet toonbaar, al zitten er hier en daar mooie lijnen en texturen in. Het tekenen van kant lukt; het weergeven van een transparante look blijft een complex punt. Nog geen einde verhaal; het geëxperimenteer gaat wel verder.

    Ik maakte gebruik van een tekenpotlood 4B, zwarte inkt, zwarte en witte acrylverf en witte softpastel.

  • Schielerij

    Schielerij

    Zoals gezegd ben ik gaan duiken. Duiken in het werk van Egon Schiele. Ik hou van zijn verwrongen lijnen, de manier van weergave van de mens, zijn gebruik van felle kleuren. Ja, zijn lijnvoering is overdreven en de kleuren gedurfd. Maar, dat is net hetgeen me aantrekt in zijn werk.

    Tussendoor ging ik gaan schieleren. Vanaf nu is dat wel degelijk een werkwoord. En, hier heb je twee snelle resultaten. Kort in tijd, maar toch plezant en mijn dosis kleur en creativiteit voor de dag. Er volgen er misschien wel nog de komende dagen.

  • Een beetje Schiele

    Een beetje Schiele!

    Elke maandagavond leef ik mij uit in het atelier van de kunstacademie. Ik vertoef daar uiteraard niet alleen, maar met een heleboel andere creatieve zielen. Het uitkijken naar deze avond begint al op maandagavond zelf; na het afsluiten van de les. Het smaakt telkens naar meer, meer, meer.

    Ook al werken we steeds binnen een thema naar een werkstuk / meerdere werkstukken toe; het artistiek proces is gefragmenteerd en we doorlopen wel degelijk deelstappen. Een les begint meestal wel met een focus van de dag.

    Focus:
    “Het lichaam / een deel van het lichaam binnen een context”.

    Ik ging op zoek naar een referentiebeeld en kwam bij Egon Schiele uit. Een expressionistisch kunstschilder, die soms eerder als tekenaar wordt aanzien door zijn sterke gebruik van lijnen en het kleurgebruik die pas wordt aangebracht nadat een tekening af is. Net zoals bij James Ensor, kwam ik ook nu in de verleiding om mij te verdiepen in het lijnenspel van en het verhaal achter Schiele.

    Drie en een half uur deed ik erover om dit op papier te zetten:

    Het proces verliep niet zonder slag of stoot:

    • Drager: kraftpapier
    • Tools: bruine beister, rode beister, oliepastels, kleurpotlood, acrylverf.
    • Uitdagingen: het absorptievermogen van het papier in combinatie met het gebruik van beister.

    Ik heb letterlijk op een punt gestaan om de tekening na een eerste bewerking met beister in de vuilbak te kieperen. Toch geloofde ik er ergens nog in dat het goed zou kunnen komen. Laag boven laag boven laag; dat is wat je ziet. In the end: tevreden met het resultaat.

    Focus:
    Om terug te keren naar mijn focus van de dag: het lichaam van een moeder in een gegeven context van moederliefde.

    Ik ben alleszins nog niet uitgeschield. Is dat een werkwoord?

  • Veil

    Veil

    Vandaag ging ik naar Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel. Ik bezocht enerzijds het Musée Magritte Museum, waar een uitzonderlijk ensemble werken van de Belgische surrealist René Magritte (1898-1967) tentoongesteld staat; een van de beroemdste kunstenaars ter wereld. Anderzijds stond ook het Musée Oldmasters Museum op het programma, waar de oude meesters (vb. Rubens, Jeroen Bosch, Pieter Bruegel de Oude,…) mij overtuigd hebben van hun rijke verleden.

    Het was een inspiratievolle dag: mijn ogen glinsterden, mijn mond viel meermaals open en ik kreeg alleen maar meer goesting om zelf in de penselen te kruipen. Maar, dat deed ik deze avond niet. Om de één of andere reden schrikt schilderen me af; denk ik het niet aan te kunnen en stel ik het steeds maar opnieuw uit naar een later moment. Toch is het een nieuw te verkennen hoofdstuk en zal ik wel een keer mijn getrouwe tools aan de kant laten liggen om die olieverf en penselen te gaan (mis)bruiken. Later! Snel!

    Ik probeerde iets anders. Ik wou vooral een sterk licht-donker-contrast verkrijgen met houtskool. Ik heb het contrast aangezet met witte acrylverf en zwarte inkt. Een vrij ‘vaag’ beeld dat toch genoeg vertelt. Op een relatief korte tijd verkreeg ik dit:

    Houtskool, witte acrylverf, zwarte inkt.
  • Studie anatomie (deel 3)

    Studie anatomie (deel 3)

    Vervolg inleidende opdracht voor de kunstacademie: studie anatomie. Je kan eerdere gemaakte schetsen / tekeningen bekijken via:

    Ik heb vandaag vooral de focus gelegd op lichamen. Ik gebruikte uiteraard een referentiebeeld. Het is niet louter een zichtbaar lijnenspel, maar een samenspel van (gekleurde) vlakken die een vorm creëren door de opbouw. Interessant wanneer je het vanuit dat standpunt bekijkt.

    Hier heb je de resultaten: enkele processchetsen + het finale tweeluik.

    Ik heb vooral aandacht besteed aan een sterke compositie en duidelijk licht- en donkercontrast. De schets werd op papier gezet met een eenvoudig 4B-tekenpotlood. Daarna werden de lijnen aangezet met een kroontjespen en zwarte acryl-inkt. Voor het schaduwenspel gebruikte ik Japanse penselen en dezelfde inkt, maar verdund met water; vanaf vandaag één van mijn nieuwe favoriete tools. Ik kreeg ze cadeau; geweldig!

  • Studie anatomie (deel 2)

    Studie anatomie (deel 2)

    Vervolg inleidende opdracht voor de kunstacademie: studie anatomie.

    Wanneer we een opdracht krijgen, dan wil ik daar meestal wel erg vaak mee bezig zijn. Om niet te zeggen: quasi de hele tijd. Jammer genoeg gaat dat niet; realistisch gezien. Ik ben vooral een mama van 2 (nog kleine) kinderen, maar ook de verloofde van mijn verloofde, heb een huishouden ‘scheef’ te houden, ga fulltime werken als leerkracht, wil ook vooral veel quality-time met gezin / familie, probeer nog wat te sporten tussendoor. Ik maak er wel een punt van dagelijks tijd te maken om creatief te kunnen zijn. Voor mij is dat een prioriteit. Eén van mijn prioriteiten. Tijd = prioriteit.

    Ik ging dus op dag 2 van de opdracht al opnieuw een uitdagend portret aan. Misschien te hoog gegrepen, – ik ondervond op voorhand reeds grote weerstand, maar net dat ben ik nu tegen gegaan. Ik zal het nooit leren wanneer ik blijf vluchten voor zulke tekenopdrachten.

    Nu ik het resultaat zie; zie ik alleen maar fouten. Ik ken mezelf; dat is nu eenmaal een dingetje waar ik maar moeilijk vanaf geraak. Maar, ik kan er vrede mee nemen en probeer dat denken wel te doorbreken. Ik tracht er de mooie zaken uit te halen: zo vind ik de contrastwerking wel oké en ben ik tevreden over de baard / snor.

    Voor mocht het je interesseren: enkel gewerkt met houtskool en kneedgom deze keer. Het potlood en de softstick grafiet liet ik achterwege.

  • Studie anatomie (deel 1)

    Studie anatomie (deel 1)

    Nieuwe inleidende opdracht voor de kunstacademie: studie anatomie.

    Ik ging afgelopen maandag aan de slag met enkele zwart/wit portretten om de anatomie van het hoofd beter te leren begrijpen. Mijn doelstelling: werken zonder tekengrid, maar enkel met ‘sterke’ lijnen of diagonaallijnen om het portret zo goed mogelijk over te nemen. Hoeveel ik ook teken; portretten blijf ik heel erg moeilijk vinden. Het is buiten mijn comfortzone en iets wat ik eerder uit de weg ga dan dat ik er voor kies. Maar, dit is dé basis van alles!

    Ik koos voor de uitwerking voor houtskool, een tekenpotlood (4B) en een softstick grafiet. Verder gebruikte ik enkel nog een kneedgom om het wit te creëren en de contrastwerking te vergroten.

    Dit zijn de eerste resultaten:

    De komende dagen tekenen we verder op hetzelfde elan: oren, handen, voeten,… Ik probeer zoveel mogelijk onder de loep te nemen.

  • Glimmende goudpot

    Glimmende goudpot

    Creatief schrijven – Opdracht week 2

    “Het gaat regenen. We laten ons niet tegenhouden door een buitje, hé? Met een stevige tred stappen we door de straat. Billie aan de ene hand, half hangend omdat ze nauwelijks verder wil. Jax aan de andere hand, met zijn kap op zijn hoofd omdat hij noch van de regen, noch van de zon houdt. Althans, dat zegt hij toch. De regen is er; we moeten het er mee doen. Gelukkig zijn we deze keer voorbereid: één paraplu waar we met ons drieën onder schuilen en allen nieuwe regenjassen aan. Dit is een uitzondering, want meestal ben ik diegene die nooit een paraplu bij de hand heeft of die in de herfst en winter nog steeds zonder jas buiten gaat omdat ik toch altijd het weer verkeerdelijk inschat.

    Illustratie bij ‘Glimmende goudpot’

    Of, ik hou gewoon niet van jassen?! Ik vind dat je er steeds zo gepoft in uitziet. Ik zal dus ook nooit kiezen voor een Michelinjas. Je kent ze wel, met van die zichtbare, glanzende, rollen. De ene na de andere. Alsof het je vetrollen nog meer accentueert. Billie zeurt omdat er water in haar schoenen zit. Te begrijpen voor een kind van vier. Ook een volwassene zou daarover klagen. Ik denk dan weer dat ik opnieuw nieuwe schoenen moet gaan kopen voor haar; nog maar het zevende paar dit jaar. We zijn september. Het zullen er wel weer roze moeten zijn en het liefst van al met glittertjes. Kon ik er haar nu maar eens van overtuigen dat roze niet altijd de wereld kleurt. Soms, maar veelal toch ook gewoon grijs, blauw, zwart, rood zelfs misschien. Jax daarentegen; die trotseert de regen met regenboogkleuren in zijn gedachten. Hij hoopt er alweer ééntje te zien. Hij is dé dromer: na regen komt zonneschijn en ook nog een regenboog mét regenboogmannetje en een pot goud. Daar moeten we dan ook weer naar op zoek. Zalig toch, die kinderlijke vrijheid. Dat kinderlijk enthousiasme. De telkens opnieuw weer fonkeling in zijn ogen als hij zoiets vertelt. Ook nog zijn kuiltjes in zijn wangen geaccentueerd. Het is een mooi beeld dat voor eeuwig oproepbaar is, op mijn netvlies staat gebrand en dat ik gebruik wanneer negatieve gedachten of frustraties de kop opsteken. Hij is onder andere diegene die me doet lachen, gewoon door zijn schoonheid. Moeiteloos. Met verliefde ogen kijk ik dan naar mijn eigen kind en ben ik dankbaar voor wat het leven me gegeven heeft. Automatisch kijk ik dan ook naar Billie. Zelfs klagen en zagen doet ze op een grappige manier. Zij is de grappige van het trio. Ik zie haar al voor me: het winnen van de HUMO’s Comedy Cup in 2040. Zij is gewoon gemaakt om op een podium te staan en om mensen aan het lachen te brengen. Dat zit in haar, nu al. Het is haar gegeven.

    Dubbel dankbaar. Al deze gedachten gaan door mijn hoofd tijdens het stevig doorwandelen. Ondertussen draag ik Billie al op mijn rug en gedijt Jax verder op zoek naar zijn glimmende goudpot. De regen begint eindelijk over te gaan in een zachter gedruppel. Een zichtbare druppel glijdt van mijn neus. Ik zou graag even krabben, maar dat lukt moeilijk met een doorhangend kind op mijn rug. Ze laten zich ook steeds weer zo hangen. Voor hen kost het geen moeite; voor mij alle moeite van de wereld. Enerzijds denk ik dat ze te groot worden voor het dragen; anderzijds betrap ik me er zelf op dat ik geniet van dit soort momenten omdat ik weet dat het weldra voorbij zal zijn. Die twee zullen niet aan de hand blijven lopen. Die twee zullen niet meer op mijn rug springen. Ik hoop één ding: dat ze die mooie, onschuldige, kinderlijke vrijheid in hun gedachten en ogen niet gauw verliezen. Want dat gebeurt, sowieso. Dat weten we. Maar, ik houd het met alle macht dat me gegeven is tegen.

    Zoals Jax zoekt naar die goudpot, Billie naar de komische noot,… Zo zoek ik naar mijn innerlijk kind van vijf!”

    Creatief schrijven / Peter De Voecht (Lannoo)

    https://www.lannoo.be/nl/creatief-schrijven-0